01

Een Brugge te ver

Dat leek wel het thema van deze zondag 21 mei 2017.

Ron  |  26 mei 2017

Mijn vrouw is op deze dag jarig , maar aan het werk in Portugal, in mijn ‘Beach Shed’ op het strand van Bloemendaal had ik de dag ervoor al een prima dagje in de zon gehad en mijn drie zoons hebben een leeftijd bereikt waarbij je rol als vader meer die van een ‘sideshow’ is geworden.

Dat leek wel het thema van deze zondag 21 mei 2017.

Mijn vrouw is op deze dag jarig , maar aan het werk in Portugal, in mijn ‘Beach Shed’ op het strand van Bloemendaal had ik de dag ervoor al een prima dagje in de zon gehad en mijn drie zoons hebben een leeftijd bereikt waarbij je rol als vader meer die van een ‘sideshow’ is geworden.

Geen enkele reden te bedenken waarom in niet op de Thruxton zou stappen om bijna 300 kilometer te rijden naar Brugge voor ‘Fly Low IV’. Mike en Robin hadden helaas beiden geen gelegenheid om mee te rijden, maar Mike had snel een nieuwsbrief uitgestuurd naar de TTC vrienden.

Daarnaast een aantal posts op Facebook geplaatst in mijn eigen tijdlijn en op de pagina van een aantal groepen. Nou, dat moet toch lukken zou je denken!

………. Dat was de stilte die volgde op de mediablitz. Tot aan de zaterdag geen enkele aanmelding. Jawel! Toch nog een bericht van een Triumph rijden uit Utrecht. Gezellig, tenminste iemand die meerijdt. Zondag meldde hij zich weer af vanwege familieomstandigheden. Jammer, maar natuurlijk nog spijtiger voor hem thuis te moeten blijven om voor zijn zieke vrouw te zorgen.

Wat een leuke groepsrit had kunnen worden werd uiteindelijk meer ‘The lone rider’ haha! Niet getreurd. De zon scheen volop en ik roep altijd dat motorrijden een “solistische bezigheid” is. Niet voor niets geen ruimte voor passagiers op mijn bike.

Het eerste stopje was tankstation Scheiwijk aan de A27. Vaste prik onderweg naar Breda. Ze hebben daar uitstekende espresso. Leuk contact met een Guzzi-rijder die nog 800 kilometer voor de boeg had. Bij het afscheid nemen bleek zijn motor er geen zin meer in te hebben. Alles geprobeerd en alle technische kennis die ik heb op hem afgevuurd. Dat werd een ANWB-tje. Ik heb niet echt afscheid kunnen nemen , want toe hij door kreeg wie ik was en wat mijn achtergrond is met het ‘verbouwen’ van motoren, rende hij met de motor naast zich hard weg richting parkeerplaats en zo de bosjes in….

De weg naar Brugge is saaier dan saai eigenlijk. Het hoogtepunt was de tolpoort bij de Liefkenshoektunnel. Dat zegt genoeg toch?

Gelukkig kwam ik op de E34 een Belgische Triumph Bonneville T120 tegen. Voor dit keer fijn dat er verkeerslichten op deze weg staan. Ik tikte de man aan en vroeg hem of hij naar ‘Fly Low’ onderweg was. Hij knikte en ik gaf aan dat ik hem zou volgen.

Geen spijt van gehad. Het laatste stuk hebben we binnendoor gereden en dat was een stuk leuker dan over die saaie E34! Bij het evenement raakte ik hem helaas uit het oog nadat ik hem bedankte voor de rit. Ik weet helaas niet hoe hij heet, maar het was een toffe Belg.

In 2016 reden we met een ploeg van een man of zes naar ‘Cosmic Nozem’ in Zwevegem. Leuke rit maar het evenement maakte de verwachtingen niet waar. Dat is bij ‘Fly Low IV’ zeker niet het geval. Het was lekker druk binnen zowel als buiten. Het was een komen en gaan van motoren in alle stijlen en rijders in alle kleuren op het palet.

Binnen een keur aan motoren om je vingers bij af te likken, van glanzende caféracers tot aan gepatineerde oldtimers en alles ertussen in.

Ook gezellig toch nog wat Nederlandse vrienden gesproken, maar Vlaams en Frans voerde de boventoon. Het moge duidelijk zijn, Brugge is voor veel Nederlanders boven de rivieren toch net even te ver weg.

Er was een prima geregelde ‘food court’ met diverse trucks en ook de importeurs van Triumph, Ducati en Yamaha (met hun ‘faster sons’ concept) waren van de partij.

In de gezellige drukte de parkeerplaats afgestruind naar inspirerende motoren. Daar stonden er genoeg van. Moeilijk over de gehele dag de hoogtepunten qua ontwerp eruit te vissen. Toch mar een poging doen;

Binnen bij de oldtimers vechten de BMW R4 (1931) en de Triumph T140 V (1975) om de eerste plaats. Mijn hart is Brits, maar mijn van mijn moeders kant ben ik Duits. Dat blijft lastig.

Bij de ‘builds’ kon ik mijn ogen niet afkrijgen van de Honda van ‘A.V.R. Acing’. Niet echt de meest gladde fiets, maar een grof beest met unieke details. Ja, gewoon vet denk ik.

Wel heel ‘smooth’ was de Ducati van ‘Deep Creek Cycleworks’. Mooie fiets met prachtige kleurstelling.

Met een rit van drie uur voor de boeg was om 15.00 uur het startmoment voor de terugreis. Net zo saai maar met een leuk hoogtepuntje bij het tankstation aan de A2 bij Maarssen. Daar kwam een tot bobber omgebouwde Honda VT 600 aangereden en met de kersverse eigenaar heb ik leuk staan praten over de plannen die ik heb met het exemplaar van mijn vrouw.

Nee, nee, nee! Ik ga niet zelf verbouwen hoor! Althans niet de ‘gevaarlijke’ motorische ingrepen. Ik beperk me tot het bedenken van een zo origineel mogelijk concept en doe wat ik kan. De rest laat ik aan mensen over die er echt verstand van hebben.

Ik ben en blijf een rijder. Alleen of in een groep, dat maakt me niet zoveel uit. Als er maar een horizon in zicht is.